Geluk bepaalt minstens 55% van de prestaties van beleggingsfondsen. De harde cijfers spreken de beweringen van financiële adviseurs tegen. Statistische modellen suggereren dat toeval, en niet vaardigheid, verantwoordelijk is voor tot wel 99% van de variatie in de prestaties van fondsen.

De aanhoudende ondermaatse prestaties van beleggingsfondsen roepen vragen op over de conventionele beleggingswijsheid. Uit onderzoek blijkt dat 95% van de fondsbeheerders er niet in slaagde om beter te presteren dan de geluksverdeling vóór aftrek van kosten. Na aftrek van kosten steeg het percentage mislukkingen tot 100%. De situatie wordt nog zorgwekkender met het sterrensysteem van Morningstar. Hun populaire ratings tonen een blootstelling aan geluk van 78,6%, terwijl de werkelijke financieringsstatus slechts 48,4% bedraagt. Het bewijs wijst er ook op dat fondsen met één ster in latere periodes aanzienlijk beter presteren dan fondsen met vijf sterren.

Dit artikel helpt u het statistische bewijs achter deze bevindingen te vinden. U zult begrijpen waarom bekwaam fondsbeheer grotendeels een illusie blijft en wat dit betekent voor uw beleggingskeuzes. We bespreken waarom passief beleggen wellicht uw beste optie is en waarom de winnaars van vandaag vaak de verliezers van morgen worden.

De illusie van vaardigheid in de prestaties van beleggingsfondsen

Marktontwikkelingen kunnen beleggers die het rendement van beleggingsfondsen analyseren misleiden. De financiële sector promoot verhalen over bekwame beheerders die de markt consequent verslaan. Onderzoek laat een ander beeld zien, waardoor veel beleggers ontevreden zijn over hun beleggingsbeslissingen.

Waarom goed presterende fondsen vaak misleidend zijn

Wetenschappelijk onderzoek onthult een harde realiteit over de prestaties van beleggingsfondsen: de gecombineerde portefeuille van actief beheerde Amerikaanse aandelenbeleggingsfondsen weerspiegelt de marktportefeuille. De hoge kosten van actief beheer drukken zwaar op het rendement voor beleggers. Bootstrap-simulaties tonen aan dat de meeste fondsen onvoldoende rendement genereren om hun kosten te dekken.

De winnaars van vorig jaar behouden zelden hun succes. Onderzoek toont aan dat de prestaties van beleggingsfondsen niet te danken zijn aan superieure vaardigheden op het gebied van aandelenselectie. Aandelenrendementen en fondskosten verklaren bijna alle voorspelbare patronen in de rendementen van beleggingsfondsen.

De cijfers spreken voor zich: uit sectoranalyses blijkt dat slechts 10% van de fondsbeheerders op lange termijn echt vakmanschap aan de dag legt. De rest valt uiteen in twee groepen: 70% behaalt gemiddelde resultaten en 20% presteert slecht. Voor de gemiddelde belegger is het vrijwel onmogelijk om de bekwame beheerders te herkennen.

Bullmarkten kunnen gevaarlijk overmoedig gedrag veroorzaken door geluk en vaardigheid door elkaar te halen. Annie Duke, een beleggingsexpert, wijst op onze natuurlijke neiging om goede resultaten te koppelen aan goede beslissingen en slechte resultaten aan slechte beslissingen. Ze noemt deze vooringenomenheid ‘resulting’. Beleggingsresultaten geven ons slechts een ruwe indicatie van de kwaliteit van onze beslissingen.

Succes komt vaak voort uit:

  • Gelukkige timing op de markt
  • Hogere risicobereidheid in stijgende markten
  • De juiste beleggingsstijl is op het juiste moment.
  • Inspelen op bredere markttrends

Het voorbeeld van Terry Smith: een casestudy over omkeringen

Het Fundsmith Equity-fonds van Terry Smith laat zien hoe vaardigheid misleidend kan zijn. Smith, ooit geprezen als een van de beste fondsbeheerders van het Verenigd Koninkrijk, bleef met zijn belangrijkste fonds tot en met 2024 vier jaar op rij achter bij de MSCI World Index. Het rendement van 8,9% van het fonds in 2024 leek goed, totdat het werd vergeleken met de winst van 20,8% van de MSCI World Index.

Dit patroon zette zich voort tot in 2025. Het fonds daalde in de eerste helft met 1,9%, terwijl de MSCI World Index 0,1% steeg. Smith wijt de slechte prestaties aan de belangen van Novo Nordisk en de wisselkoersen.

Het verhaal wordt intrigerend omdat Fundsmith Equity nog steeds beter presteert dan vergelijkbare indexvolgers over een periode van tien jaar. Het fonds is sinds de lancering in november 2010 met 593,6% gegroeid. Dit scenario zorgt voor een raadselachtige situatie: zelfs beheerders met sterke langetermijnresultaten hebben te maken met lange periodes van zwakke prestaties.

De ervaring van Smith laat zien hoe marktomstandigheden zorgvuldige beleggingsstrategieën kunnen ondermijnen. Grote technologiebedrijven hebben het recente succes van de index aangedreven. Deze bedrijven hebben zo'n groot gewicht dat actieve beheerders moeite hebben om hun gecombineerde effect te evenaren.

Dergelijke ommekeer komt vaak voor. Statistieken tonen aan dat succesvolle fondsen zelden aan de top blijven – dit is een veelvoorkomend patroon in de fondsenbeheersector.

Het onderzoek bespreekt de relatie tussen geluk en vaardigheid in beleggingsprestaties

Onderzoek toont aan dat wat wij beschouwen als beleggingsvaardigheid misschien wel gewoon geluk is. Verschillende academische studies geven een duidelijk beeld van hoe geluk en vaardigheid elkaar in evenwicht houden bij de prestaties van beleggingsfondsen. Bevindingen uit het onderzoek van de Universiteit van Sydney

Onderzoekers van de Universiteit van Sydney ontdekten dat institutionele beleggers hun belangen in bedrijven met een hoge vervuiling bleven verminderen, zelfs toen de regering-Trump hintte naar soepelere klimaatregelgeving. Zowel ESG- als niet-ESG-fondsen vertoonden dit gedrag, wat erop wijst dat professionele fondsbeheerders kijken naar langetermijnmarkttrends in plaats van naar kortetermijnpolitieke veranderingen.

Het onderzoeksteam in Sydney ontdekte nog een andere reden voor dit gedrag. Beleggingsfondsen lopen het risico beleggers te verliezen als ze op korte termijn niet goed presteren, waardoor beheerders zich te veel op onmiddellijke resultaten gingen richten. Deze aanpak zorgt voor een lastige uitdaging: beheerders moeten een evenwicht vinden tussen snelle winsten en strategieën die op lange termijn beter werken.

Hoeveel van de prestaties is eigenlijk geluk?

De gegevens tonen een grimmige realiteit. Uit een gedetailleerd tienjarig onderzoek blijkt dat 99% van de beheerders van aandelenbeleggingsfondsen de markt niet kan verslaan door middel van aandelenselectie of timing. Britse aandelenbeleggingsfondsen laten vergelijkbare resultaten zien: uit het grootste longitudinale onderzoek bleek een hoog percentage valse ontdekkingen (FDR) van 67% onder de best presterende fondsen, wat betekent dat slechts ongeveer 2% van de fondsen zijn normen daadwerkelijk overtreft.

De MIT-studie met behulp van FDR-methoden bracht het volgende aan het licht:

  • Ongeveer 76,6% van de fondsen genereert een alfa gelijk aan nul, wat de voorspellingen van marktefficiëntie-experts bevestigt.
  • 21,3% van de resterende fondsen genereert negatieve alfa's.
  • Slechts 2,1% van de fondsen met positieve alfa's bevindt zich aan de top van het prestatiebereik.

Deze bevindingen tonen aan dat geluk een grote rol speelt in de prestaties van fondsen. Wat we zo interessant vinden, is dat bij de best presterende fondsen de FDR in de meeste beleggingscategorieën boven de 50% blijft. Dit is veelzeggend, want het betekent dat meer dan de helft van de beste fondsen gewoon geluk heeft gehad en niet zozeer vaardig is.

Waarom presteren beleggingsfondsen ondermaats? Een statistisch perspectief

Statistieken verklaren waarom beleggingsfondsen niet goed presteren. Sterke rendementen trekken meer geld aan, maar beheerders hebben het moeilijk naarmate hun fonds groter wordt. Wat dus lijkt op een afnemende vaardigheid, is in werkelijkheid gewoon succes dat zichzelf in de weg staat.

De concurrentie op de markt suggereert dat fondsen niet consequent beter of slechter moeten presteren dan de markt. De negatieve gemiddelde alfa die we zien, geldt niet voor iedereen – deze is afkomstig van slechts ongeveer 20% van de fondsen.

Het verband tussen vaardigheden en beloning biedt interessante inzichten. De toegevoegde waarde (een betere maatstaf voor vaardigheden dan bruto alfa) laat zien dat gemiddelde fondsbeheerders hun vaardigheden gebruiken om jaarlijks ongeveer € 3,05 miljoen te genereren. Er bestaat een sterke positieve correlatie tussen de vaardigheden van beheerders en hun beloning, wat betekent dat beleggers kwaliteit kunnen herkennen.

Als we kijken naar de geschiedenis van individuele fondsen door de jaren heen, zien we dat slecht presterende fondsen lang niet zo slecht presteerden als puur geluk zou doen vermoeden. Zelfs de goed presterende fondsen werden meestal verslagen door beheerders die gewoon geluk hadden. Dit betekent dat de meeste actieve fondsen waarschijnlijk een negatieve echte alfa hebben – beheerders hebben gewoon niet genoeg vaardigheden om hun kosten te dekken.

Hoe geluk leidt tot langdurige ondermaatse prestaties

De cyclus van succes en mislukking bij beleggingsfondsen volgt een voorspelbaar patroon dat begint met geluk. Dit patroon helpt verklaren waarom zelfs de best presterende fondsen beleggers uiteindelijk teleurstellen.

Gelukkige fondsen trekken meer kapitaal aan

Succesvolle prestaties van beleggingsfondsen werken als een magneet voor het geld van beleggers. Een fonds dat indrukwekkende rendementen behaalt – vaak dankzij een gunstige markttiming of sectorkeuze – trekt beleggers aan die hun geld snel willen investeren. Dit komt overeen met het theoretische model van Jonathan Berk, waarin geld eerst naar wat mensen beschouwen als ‘de beste beheerder’ stroomt.

Geld beweegt zich op deze manier, omdat beleggers recente prestaties nastreven en ervan uitgaan dat resultaten uit het verleden een voorspelling zijn voor toekomstige resultaten. Jeffrey Ptak van Morningstar ontdekte dat fondscategorieën met de grootste kasinstroom over een periode van drie jaar vaak later een scherpe daling in rendement kenden. Hier zit de twist: het belonen van deze ‘succesvolle’ fondsen luidt eigenlijk hun neergang in.

Grotere fondsen kampen met schaalnadelen

De prestaties van fondsen nemen doorgaans af naarmate het vermogen groeit. Deskundigen noemen dit ‘schaalnadelen’. Onderzoek toont aan dat ‘naarmate de omvang van een fonds toeneemt, de prestaties achteruitgaan’. Smallcapfondsen ondervinden hier meer last van dan largecapfondsen.

De reden voor deze daling is simpel. Managers moeten hun geld over meer aandelen spreiden wanneer kleine fondsen enorme geldstromen ontvangen. Ze kunnen geen grote bedragen in slechts een paar aandelen steken, omdat dit de aandelenkoersen beïnvloedt. Snelle, gerichte portefeuilles veranderen in wat experts in de sector‘closet index funds’ noemen:portefeuilles die lijken op indexfondsen, maar meer kosten.

De managementstructuur maakt de situatie nog erger. Grotere fondsen hebben vaak co-managers nodig, wat leidt tot “duurdere en minder tijdige beslissingen”. De besluitvorming vertraagt juist op het moment dat fondsen snel moeten handelen.

Waarom de winnaars van gisteren vaak de verliezers van morgen worden

Fondsen die uitstekend presteren, zien hun fortuin bijna altijd omslaan. Uit baanbrekend onderzoek van Mark Carhart blijkt dat sommige fondsen weliswaar gedurende een jaar sterk presteren, maar dat dit voordeel na verloop van tijd meestal verdwijnt.

Winnende fondsen zijn vaak succesvol vanwege momentum in plaats van echte vaardigheden op het gebied van aandelenselectie. Carhart bewees dat als je momentum meerekent, er weinig bewijs is dat vaardigheden aan de basis liggen van blijvend succes. Studies tonen ook aan dat populaire fondsen over een periode van vijf jaar achterbleven bij minder trendy fondsen.

De cijfers ondersteunen dit argument. Onderzoekers kunnen alleen positieve alfa-persistentie vaststellen in kleine portefeuilles die zes maanden of korter worden aangehouden. Na deze korte periode veranderen gelukkige winnaars vaak in teleurstellende verliezers.

Wat lijkt op een afname van de vaardigheden van managers, is meestal gewoon een kwestie van wiskunde die het oorspronkelijke succes inhaalt. Winnen creëert omstandigheden die het bijna onmogelijk maken om blijvend beter te presteren.

Het probleem met fondsbeoordelingen en het gedrag van beleggers

Sterrenbeoordelingen stimuleren de marketing van beleggingsfondsen en beïnvloeden miljarden aan investeringsstromen, ondanks twijfels over hun vermogen om toekomstige prestaties te voorspellen. Miljoenen beleggers vertrouwen op deze beoordelingen als betrouwbare indicatoren voor succes, die hun beleggingsbeslissingen bepalen.

Morningstar-sterrenbeoordelingen: wat ze werkelijk meten

Morningstar gebruikt een schaal van één tot vijf waarmee fondsen worden gerangschikt op basis van hun prestaties in het verleden ten opzichte van vergelijkbare fondsen. Het systeem kent vijf sterren toe aan de top 10%, vier sterren aan de volgende 22,5%, drie sterren aan het midden 35%, twee sterren aan de volgende 22,5% en één ster aan de onderste 10%. Deze ogenschijnlijk objectieve benadering meet historische rendementen in plaats van toekomstig potentieel.

Uit onderzoek van The Wall Street Journal kwam een schokkende waarheid naar voren: slechts 12% van de vijfsterrenfondsen behield zijn toppositie gedurende de daaropvolgende vijf jaar. Voor binnenlandse aandelenfondsen zien de cijfers er nog slechter uit. Slechts 10% behield zijn vijfsterrenstatus gedurende drie jaar, 7% gedurende vijf jaar en slechts 6% gedurende tien jaar.

Beleggers verdelen hun kapitaal vaak verkeerd door te vertrouwen op rendementen uit het verleden

Beleggers jagen consequent op de winnaars van gisteren. Onderzoek toont aan dat meer dan de helft van alle fondsaankopen plaatsvindt in fondsen die in het bovenste kwintiel van de jaarlijkse rendementen uit het verleden staan. Dit gedrag zorgt voor een aanzienlijke kapitaalbeweging: beleggingsfondsen met 4 en 5 sterren trokken in 2019 meer dan 459 miljard euro aan instromen aan. Fondsen met een lagere rating kenden in dezelfde periode een uitstroom van 1,103 miljard euro.

De ironie zit hem in de manier waarop beleggers hun winnaars verkopen. Ze verkopen winnende beleggingsfondsen twee keer zo vaak als verliezende fondsen, waarbij bijna 40% van de fondsenverkopen plaatsvindt in de top 20% van de fondsen met de beste prestaties. Dit tegenstrijdige gedrag combineert de representativiteitsheuristiek (het overschatten van recente prestaties) met het disposition effect (de terughoudendheid om verliezers te verkopen).

Het ‘doodskus’-effect bij vijfsterrenfondsen

Een vijfsterrenbeoordeling luidt vaak het begin van een neergang in. Beoordelingsupgrades zijn zelden blijvend – binnen drie jaar keren ze volledig om. Deze terugval vindt plaats omdat uitzonderlijke prestaties meestal een combinatie zijn van zowel vaardigheid (deterministisch) als geluk (willekeurig).

Fondsbeheerders spelen soms het systeem door middel van ‘box jumping’: ze wijzigen tijdelijk hun portefeuille om hogere relatieve ratings te behalen. Deze tactische upgrades leiden tot een ondermaatse prestatie in vergelijking met legitieme vijfsterrenfondsen van ongeveer 8% over de komende vijf jaar.

Wat dit betekent voor Britse en internationale beleggers

Britse beleggers worden geconfronteerd met grotere uitdagingen op het gebied van de prestaties van beleggingsfondsen dan hun Amerikaanse tegenhangers. Een duidelijk begrip van deze marktomstandigheden verklaart waarom passieve strategieën nu wereldwijd de overhand hebben in portefeuilles.

Gegevens over beleggingsfondsen in het VK: nog slechter dan in de VS?

De ondermaatse prestaties van beleggingsfondsen vertonen een opmerkelijke consistentie op de wereldwijde markten. Brits onderzoek toont een zorgwekkend percentage valse ontdekkingen van 67% aan onder de best presterende fondsen. Slechts 2% van de Britse fondsen presteert daadwerkelijk beter dan hun benchmarks – cijfers die er slechter uitzien dan de Amerikaanse statistieken.

Waarom het identificeren van vaardigheden bijna onmogelijk is

Het vinden van echt bekwame fondsbeheerders is een hele opgave. Onderzoek wijst uit dat slechts 10% van de fondsbeheerders wereldwijd gedurende langere tijd echt bekwaam is. De overige 90% behaalt gemiddelde of slechte resultaten. Markttiming, gelukkige sectorkeuzes en verborgen risico's hebben meer invloed op het rendement dan bekwaamheid.

Investeringsmaatschappij Inalytics heeft ontdekt dat professionele managers slechts in 49,6% van de gevallen de juiste investeringsbeslissingen nemen – ze doen het zelfs slechter dan een muntje opgooien. Deze managers blijven in bedrijf, omdat hun winnende keuzes de verliezen met een kleine marge van 102% compenseren.

De argumenten voor passief beleggen

Deze feiten maken passief beleggen tot een aantrekkelijke keuze. Je hoeft niet te blijven spelen. Overweeg de markt tegen lage kosten te betreden, zonder de focus op beoordelingen te leggen, en laat het samengestelde rendement werken zonder extra kosten voor vermeende vaardigheden.

Passieve fondsen maken nu 44% uit van de Amerikaanse beleggingsfondsen en kunnen tegen 2030 oplopen tot 58%. De kostenratio's van fondsen kunnen tegen 2030 met 19% dalen, omdat beleggers op zoek zijn naar meer waarde. De vijf grootste bedrijven zullen tegen 2030 waarschijnlijk 65% van de beleggingsfondsen beheren, tegenover 55% nu.

Tenslotte

De waarheid komt hard aan als je naar het bewijs kijkt: beleggingsvaardigheden zijn meestal slechts statistische ruis. De gegevens vertellen een duidelijk verhaal: het succes van beleggingsfondsen is te danken aan geluk, niet aan expertise. Uw financiële toekomst verdient meer dan verkapte gokpraktijken.

De fondsensector wil niet dat u hun geheim kent: die schitterende rendementen zijn slechts gelukkige toevalstreffers die in de schijnwerpers staan. Deze realiteit doorbreekt de gangbare beleggingswijsheid, maar wijst op een betere weg voorwaarts. Passief beleggen onderscheidt zich als een sterk alternatief voor het najagen van rendement of het betalen van hoge kosten voor willekeurige resultaten.

Deze kennis verandert de manier waarop u vermogen opbouwt. U kunt geld besparen op beheerskosten, die vooral ten goede komen aan een sector die bekendstaat om zijn misleidende praktijken. Het wordt gemakkelijker om de psychologische valkuil van het najagen van rendement te vermijden, die ervoor zorgt dat beleggers hoog kopen en laag verkopen. Het beste van alles is dat u zich niet langer zorgen hoeft te maken over het selecteren van fondsen en het beoordelen van beheerders.

De wiskunde achter beleggen kent geen genade. Fondsbeheerders slagen er in 95% van de gevallen niet in om puur geluk te verslaan vóór kosten, en niemand slaagt daarin na kosten. Markten werken op de lange termijn efficiënt, waardoor het voor iedereen behalve een paar gelukkigen onmogelijk is om ze consequent te verslaan. Dit bewijs helpt u slimmere keuzes te maken in plaats van te vallen voor marketingverhalen. U kunt uzelf jaren van teleurstelling en duizenden euro's aan onnodige kosten besparen.

Update cookies preferences